Voorn


De voorn is een vis uit de familie van de karperachtigen. In Nederland is het een veel voorkomende vis, die in bijna ieder watertype in grote aantallen voorkomt. Er zijn verschillende soorten voorns, o.a. de blankvoorn, ruisvoorn (ook wel rietvoorn genoemd) en de kopvoorn. IJsselmeervissers vissen met name op de blankvoorn, die veel voorkomt in het IJsselmeer. De blankvoorn is leeft in heel Europa ten noorden van Pyreneeën en Alpen, maar niet in Schotland en Ierland. Hij komt ook voor in grote delen van West-Azië. De blankvoorn wordt in Nederland niet gegeten, maar is wel belangrijk als voedselbron voor commercieel belangrijkere vissen als snoekbaars, baars en snoek.

Wetenschappelijke benaming
Rutilus rutilus.

Leefgebied
Diverse type wateren. Snelstromende riviertjes en beken worden gemeden. De blankvoorn leeft vooral in meren met veel planten, maar ook wel in stromend water en zelfs in brak water. Meestal houden de scholen blankvoorn zich vlak bij de bodem op, alleen bij zeer warm weer komen ze naar het oppervlak. Ruisvoorns zijn in normale omstandigheden wel vaak vlak onder de waterspiegel te zien, waar ze jagen op in het water vallende insecten.

Kenmerken
Over het algemeen kan de blankvoorn herkend worden aan de rode vlek in de iris boven de pupil. In de grote rivieren en andere watertypen zijn de ogen soms bleek. Ook de kleur van de vinnen kan variëren van bleek tot rood. Het bovenlichaam heeft een wat blauwe kleur en het onderlichaam is wit. De aarsvin heeft een korte basis evenals de rugvin. De blankvoorn is een vrij slank visje, maar wordt langzaam wat hoger van bouw bij een groter formaat.

De blankvoorn wordt zo'n 45 centimeter groot. Hij bereikt dit formaat vaak in de grote rivieren en in zandafgravingen. In kleinere wateren wordt de blankvoorn vaak niet groter dan 30 centimeter. De blankvoorn komt ook vaak in relatief voedselarm water als dominante vis voor en wordt dan niet veel groter dan 25 centimeter.

De blankvoorn kan met veel andere karperachtigen verward worden. Vooral de rietvoorn en de winde lijken veel op de blankvoorn, zeker in de jongere stadia.

Voedsel
Insectenlarven, bodemdiertjes, plankton, waterplanten, algen. Daarnaast eet de voorn slakken, , kreeftachtigen en plantaardig voedsel. Jonge blankvoorns leven van watervlooien en muggenlarven.

Gedrag
De blankvoorn vindt zijn voedsel op zicht, zodat hij in troebel water de concurrentie verliest met de brasem, een vis die zijn voedsel uitfiltert met zijn kieuwzeef. In de winter trekken de blankvoorns naar diepere en rustige plekken, zoals jachthavens. Ook de roofvis volgt de blankvoorn naar deze overwinteringsplekken. De blankvoorn wordt veel gegeten door grotere vissoorten zoals snoek, snoekbaars en baars. Ook visetende watervogels eten veel blankvoorn.

De paaitijd van de blankvoorn is in april en mei bij een watertemperatuur van minstens 12 °C. Voor de paai wordt ondiep water opgezocht, soms nog minder dan 15 centimeter diep. Het aantal eieren is 200.000 per kilogram lichaamsgewicht. Vissen van 15 centimeter zetten ongeveer 16.000 eieren af. De eieren kleven aan stenen en planten. Afhankelijk van de temperatuur komen ze na vijf tot tien dagen uit. De larven blijven nog twee dagen passief aan de planten of stenen hangen waarbij ze teren op hun dooierzak. Daarna beginnen ze voedsel op te nemen. Als de larven 30 mm groot zijn beginnen de schubben zich te ontwikkelen.