Spiering


De spiering behoort tot de familie van de spieringen en wordt ook wel "komkommervisje" genoemd. Deze naam dankt de spiering aan zijn geur; hij ruikt sterk naar komkommer. Spiering is samen met aal, baars en snoekbaars een vis waar de beroepsvissers gericht op vissen in het IJsselmeer. Spiering wordt vooral in Frankrijk en Spanje veel gegeten. De vis wordt in deze landen als een delicatesse beschouwd; de spiering wordt vaak gefrituurd en met kop en al gegeten.

Wetenschappelijke benaming
Osmerus eperlanus.

Leefgebied
Zowel in brak als zoet water, vooral grote open wateren. De spiering komt voor in zowel zoet als zout water en is een echte scholenvis. Hij houdt van grote open wateren zoals het IJsselmeer, maar komt ook in de Amsterdamse grachten voor.

Kenmerken
De spiering is een lange, slanke vis met grote ogen en een puntige kop en snuit. De onderkaak is langer dan de bovenkaak, verder heeft de spiering een kleine vetvin.

De zijkanten van de spiering zijn zilver, de rug olijfgroen, en de buik wit. De vinnen zijn doorzichtig. Gedurende de paaitijd veranderen zowel vrouwelijke als mannelijke spieringen van kleur. Op de zijkanten komen vlekjes en de kieuwdeksels worden zwart. Een zoutwaterspiering wordt tot 30 cm lang en 8 jaar oud terwijl de zoetwaterspiering meestal niet ouder dan 3 jaar wordt en niet langer dan 14 cm.

Voedsel
Plankton, wormen, kleine visjes en soortgenoten. De spiering larve eet klein plankton, de jonge spiering eet iets groter plankton. Grotere spieringen eten daarnaast ook wormen en kleine vissen. Kleine binnenspieringen eten vooral watervlooien. Grote binnenspieringen (>10 cm) in het IJsselmeer eten alleen soortgenoten.

Gedrag
Spieringen leven in grote scholen, met name tijdens de paaitijd. Voor de voortplanting trekt de spiering in scholen de rivieren op. Het vrouwtje legt tussen 8.000 en 50.000 eitjes die vastgezet worden op de bodem en waterplanten. Binnenspieringen sterven na het paaien, anadrome spieringen niet. Een anadrome vis is een vis die vanuit zee de rivieren optrekt om te paaien. Spieringen paaien in maart, afhankelijk van de watertemperatuur. Oudere spieringen paaien vroeger dan jongere spieringen. De eieren van de spiering komen uit na 8-17 dagen.

Spieringen worden gegeten door vissen (baarzen) en diverse vogels. Kleinere binnenspieringen kunnen ook ten prooi vallen aan grotere soortgenoten. Daarnaast is er concurrentie om voedsel met andere jonge vissen. De spiering is gevoelig voor laag zuurstofgehalte van het water. Verder mag de zoet/zout overgang niet te scherp zijn. Sluizen kunnen moeilijk te passeren zijn voor de spiering. Tenslotte worden ze gegeten door de mens, maar "Spiering is vis, als er anders niets is".

De soort is talrijk in het IJsselmeer en komt ook voor in de aangrenzende wateren. Verder komt de spiering voor in andere grote meren en plassen en in mindere mate in de grote rivieren. Omdat de spiering vergelijkbare omstandigheden nodig heeft, is de spiering een goede indicator of de omstandigheden geschikt is voor soorten als de zalm, fint en zeeforel.