Karper



De Europese karper, ook wel gewoon 'karper' of 'boerenkarper' genoemd, is een veel voorkomende vissoort in Nederland. Het is de oorspronkelijke, wilde karper die wij kennen. In Nederland zijn een hoop varianten van deze vis te vinden, die in de regel nog vaker gevangen worden dan de oorspronkelijke karper. De schubkarper is de bekendste (kweek)variant van de karper. Een andere zeer bekende variant is de spiegelkarper. Van de schubkarper en de spiegelkarper worden vaak extreem grote exemplaren gevangen. Andere bekende karper soorten zijn de graskarper en de goudkarper. Er bestaan allerlei gekweekte karper rassen met elk hun eigen typische lichaamsvorm.

Wetenschappelijke benaming
Cyprinus carpio.

Leefgebied
De karper komt met name voor in meren, vijvers en rivieren. Karpers kunnen zich goed aan de omstandigheden aanpassen, ook als die extreem zijn zoals een zeer laag zuurstofgehalte van het water. De karper komt in zowel stilstaand als in stromend water voor, en houdt van een hoge temperatuur en een zanderige of modderige bodem. Ook houdt de karper erg van dichte begroeiing, wat goed te zien is aan het feit dat ze zich vaak ophouden tussen waterlelies en andere waterplanten of oeverbegroeiing.

Kenmerken
De karper heeft een langgerekt lichaam, uitstulpbare bek met vier baarddraden. De kleur van de karper kan verschillen van blauwgrijze tot zwarte rug, bruinachtige/groengele zijden en een goudgele buik. Uiterlijk kan onderling verschillen, dit is afhankelijk van de soort karper.

Het uiterlijk van een wilde karper verschilt enigszins met die van een gekweekte (uitgezette) karper. Een wilde karper is een langgerekte vis, terwijl de gekweekte karpers (spiegel-, leder-, en rijenkarpers) een hoge rug hebben. De karper is daarnaast te herkennen aan de rug- en aarsvin. Wilde karpers hebben aan alle kanten schubben, terwijl de spiegelkarper onregelmatig verdeelde grote schubben heeft. De lederkarper heeft geen schubben, en de rijenkarper heeft alleen een rij schubben aan de zijkant. De karper die gekweekt is bereikt een gemiddelde lengte van zo'n 40 tot 60 centimeter met een gewicht van 2 tot 5 kilogram. Een karper kan wel 50 jaar oud worden.

De verschillen in de varianten is voornamelijk onder te verdelen tussen het aantal schubben.

Voedsel
De karper eet voornamelijk bodemdieren zoals insectenlarven, wormen, slakken, mosselen, en kleine kreeften. De jonge karpertjes voeden zich met plankton en naarmate ze ouder worden ook af en toe met waterplanten.

Gedrag
De karper is net als de brasem een vis die de bodem omwoelt. Dit omwoelen wordt ook wel wel azen genoemd. Vooral in de vroege ochtend en tijdens de schemering vertoont de karper dit gedrag. De karper staat dan vaak rechtop in het water en door het gewoel in de bodem zie je afhankelijk van de soort bodem trossen kleine dan wel grotere belletjes opstijgen naar de oppervlakte. De karper doet dit als hij op zoek is naar eten, voornamelijk planten en waterinsecten. De karper is geen roofvis. In tegenstelling tot de brasem aast de karper ook in de ondiepe sterk begroeide gedeeltes van het water en dicht tegen de oever.

Door te azen worden met name fosfaten in de bodem weer teruggevoerd naar de waterkolom. Bij een voedselrijke bodem en een flinke populatie karper leidt dit tot een groei van de zwevende algen (phytoplankton). 

De karper paait tussen mei en juni. Als het een bijzonder warme zomer is, kan het voorkomen dat de karper zelfs twee keer paait in een jaar. De karper zet haar eitjes af op de plantendelen van de begroeiing. Dit kan soms gebeuren in erg ondiep water van slechts 40 centimeter. Het komt regelmatig voor dat karpers stukken gras gebruiken van ondergelopen gebied als het hoogwater is en daar paaien. Het karperwijfje zet zo'n 200.000 eitjes per kilogram lichaamsgewicht af, die ongeveer 1,6-2 mm groot zijn. Dit afzetten kan meerdere dagen in beslag nemen en vindt plaats op verschillende plekken. De jongen komen al na 3-5 dagen tevoorschijn en eten dan vooral plankton. Zodra ze zo'n 2 cm lang zijn beginnen ze al in de bodem te wroeten op zoek naar voedsel.

De karper staat er om bekend erg nieuwsgierig te zijn: alles wat ze tegen komen dat ook maar enigszins op voedsel lijkt wordt onderzocht. De karper heeft een uitstulpbare bek waarmee hij het voedsel opzuigt en vaak vervolgens weer uitspuwt.