Visserijmethoden

Op het IJsselmeer wordt op verschillende manieren, door gebruik van verschillende visserijmethoden, vis gevangen door de IJsselmeervissers. Zo wordt er onder andere gevist met netten, lijnen, maar ook met kisten en fuiken. Op deze pagina worden de verschillende visserijmethoden die op het IJsselmeer gebruikt worden beschreven.

Kuilvisserij
Dit is de enige actieve vorm van visserij op het IJsselmeer, waarbij het net voortgetrokken wordt. In 1970 kwam hier een verbod op; er is echter een uitzondering voor de palingvissers die met kisten of hoekwant vissen om er aas mee te vangen. Het net wordt door het water getrokken en zit met een lijn vast voor aan het schip. De lijn splitst zich in tweeën naar een boom, waar het net aan vast zit. De vis gaat onder de boom door het net in. Het net is eerst breed, maar het wordt steeds nauwer tot je de zak hebt waar de vis in terecht komt.

Kistenvisserij
De kotters vissen eerst op aas, vaak spiering, die wordt opgevist met een kuil (net). De spiering wordt gebruikt als aas om in de kisten te doen. De spiering heeft namelijk een zeer sterke geur en hier komt de aal (paling) op af. Ook wordt in het voorjaar tot eind mei kuit van brasem gebruikt, omdat de spiering dan nog te klein is om gebruikt te worden. De kisten worden uitgezet aan een lange lijn: kilometers lang, met om de vijftig meter een snoer met een kist eraan. In de houten kisten zitten twee netjes die naar binnen toe lopen, zodat de aal er wel in kan, maar niet eruit. Ook zit er een gaatje in, zodat de te kleine (ondermaatse) aal eruit kan. De volgende dag worden de kisten weer ingehaald, die dus de nacht over in het water staan. Daarvoor staat er vaak een inhaalmachine aan boord, die de draad inhaalt; één persoon haalt de snoeren in met de kisten eraan en de ander leegt ze en spoelt ze schoon. Als alle kisten binnengehaald zijn, wordt de aal gelost bij de afslag en worden de kapotte kisten gemaakt.

Hoekwantvisserij
Deze visserij wordt ook met een lange lijn beoefend (wel korter dan met kisten) waar dan geen kisten, maar haken aan zitten. Hieraan wordt aas gedaan: spiering of wormen. De hoekwantvissers werken op ongeveer dezelfde tijden als de kistenvissers. Alleen de kosten zijn hoger doordat de lijn die ze gebruiken maar één keer meegaat. Deze visserij wordt ook wel beugvisserij genoemd en deze vismethode wordt over de hele wereld gebruikt.

Fuikenvisserij
De fuikenvisserij wordt gedaan met fuiken. Er worden twee soorten gebruikt: schietfuiken en grote fuiken. De grote fuiken staan langs de kant met stokken op vastgestelde plekken en de schietfuiken worden los achter elkaar in het water gezet. De fuikenvissers gaan 's ochtends vroeg de haven uit, waarna ze de fuiken inhalen, legen en weer terug zetten. Dit duurt tot ongeveer halverwege de middag, waarna ze de vis gaan lossen. De kapotte fuiken worden dan ook geboet (gerepareerd). De visserij met schietfuiken mag ongeveer 12 weken per jaar beoefend worden in de zomer. De grote fuiken mogen veel langer gebruikt worden: sommige vissers gebruiken ze vanaf het begin van de zomer tot eind december. De schietfuiken worden ook in het voorjaar gebruikt om op spiering te vissen.

Staand want visserij
Staande netten zijn verticaal in het water staande of hangende netten met een overwegend rechthoekige vorm. De onderkant is verzwaard en de bovenkant wordt door middel van drijvers of drijflijn omhoog gehouden, waardoor een vrijwel verticale wand van netwerk ontstaat. Staande netten worden zowel verankerd als met de stroom meedrijvend toegepast. Ze worden meestal in de richting van de vloedstroom geplaatst. De vis zwemt meestal zonder enige stimulering in de netten en daarom behoren staande netten tot de passieve vistuigen. Het vangvermogen van passieve vistuigen wordt onder andere bepaald door de activiteit van de vissen. Vissen die tijdelijk een passief gedrag hebben, worden dan niet gevangen. Staande netten zijn daarom vooral effectief als vissen zich verplaatsen en ze worden daarom veel toegepast tijdens de paaitrek of als vissen zich erg actief voeden. 

Deze vorm van visserij wordt door bijna alle kotters gebruikt in het winterseizoen, dat loopt van ongeveer september tot half maart. Er mag met netten gevist worden van 1 juli tot 15 maart, maar de meeste vissers beginnen pas in september te vissen met de netten. De netten die gebruikt worden, zijn staand want netten, dat wil zeggen dat ze rechtop in het water staan. Ze zijn 100 meter lang en er zitten kurken aan de bovenkant en lood aan de onderkant, zodat ze rechtop blijven staan. Met de staandwantvisserij worden dagen gemaakt van ’s ochtends vijf uur tot ’s middags vijf uur. Er wordt gevist op snoekbaars, rode baars, bot en blei en er worden ook nog voorns, krabben en andere vissoorten bijgevangen.