Stavoren

Geschiedenis
Stavoren is zo'n 300 jaar voor Christus ontstaan en is 1 van de Friese Elfsteden. In 1292 verkreeg Stavoren stadsrechten en was het een belangrijke handelsstad. De kooplieden en zeevaarders van Stavoren onderhielden belangrijke handelsrelaties met de landen rond de Oostzee. In 1285 werd Stavoren lid van de Hanze, een samenwerkingsverband van handelaren en steden. Door samenwerking probeerden ze hun handel te beschermen en uit te breiden.

Bij de Oostzeehandel speelde, evenals bij andere Friese havensteden, de Amsterdamse haven een belangrijke rol. Holland was met een snel groeiende bevolking voor de voedselvoorziening aangewezen op graanimporten uit de Oostzeelanden. De schippers uit Friesland waren voor Holland om die reden van levensbelang. Bij oorlogen tussen Holland en Friesland koos Stavoren om deze reden vaak partij voor Holland. Bij de slag bij Warns, ook wel aangeduid als de slag bij Stavoren, koos Stavoren echter de Friese zijde.

Aan het einde van de Middeleeuwen raakte Stavoren in verval. De haven verzandde en bij de graanhandel speelde Stavoren geen rol van betekenis meer. Op dit feit is het verhaal 'Het Vrouwtje van Stavoren' gebaseerd. Na deze tijd van verval kwamen er in de 17e en 18e eeuw weer betere tijden met zeevaart naar verre landen. Maar in de 19e eeuw ging het stadje verder achteruit. Van de eens zo internationale haven bleef niet veel over.

Het Vrouwtje van Stavoren

Eens woonde in Stavoren een rijke weduwe van een koopman die de kapitein van één van haar schepen opdracht gaf, het kostbaarste mee te nemen dat hij kon vinden. Na vele reizen kwam de kapitein aan in Dantzig en ontdekte hij de mooiste tarwe die hij ooit had gezien. Hij laadde de tarwe in zijn schip en voer naar huis terug ervan overtuigd dat hij inderdaad het kostbaarste ter wereld in het ruim had. Aangekomen in Stavoren liet hij de koopmansvrouw trots zijn lading zien. De rijke weduwe was woedend, toen zij vernam dat haar schip met een lading tarwe was teruggekeerd.

'Aan welke zijde heb je de lading ontvangen?' vroeg zij de kapitein. 'Aan bakboordzijde', antwoordde hij. 'Stort het dan aan stuurboordzijde in zee', brieste de vrouw. En zo werd de tarwe overboord in zee gestort. Een oude man, die stond toe te kijken, waarschuwde de koopmansvrouw: 'Weet u wel dat er duizenden mensen snakken naar een stuk brood en honger lijden? Als u de tarwe niet gebruikt, kunt u het beter aan de armen geven. U zou er ontelbare hongerige magen mee kunnen vullen. U zult gestraft worden, wanneer u de kostbare tarwe over boord laat gooien! Er komt nog een tijd, dat u zult bedelen!' De oude man uitlachend nam de vrouw een gouden ring van haar vinger. 'Ik zal nog eerder deze ring terugvinden dan dat ik in armoede zal moeten leven!', bulderde de vrouw. En ze wierp de ring in zee.

Enkele weken later werd door de dienstbode van de vrouw een vis klaargemaakt voor de lunch. Bij het schoonmaken van de vis, vond de dienstbode een ring in de ingewanden. De dienstbode liet de ring aan de koopmansvrouw zien en deze kreeg de schrik van haar leven. Het was de ring die zij eerder in zee had gegooid! Enige dagen later ontving zij het bericht, dat al haar schepen op de terugreis met man en muis waren vergaan. En zo kwam de voorspelling uit; de eens zo rijke koopmansvrouw verloor al haar rijkdom en moest bedelen. 

Het verhaal gaat dat op de plek waar de tarwe in zee was gestort, een zandbank ontstond, die nog steeds het Vrouwenzand wordt genoemd. Naar men zegt heeft hier ooit een plant gegroeid, die halmen voortbracht, die op korenaren leken, maar nooit heeft men korrels in de aren gevonden...

Visserij
Rond 1850 ontstaat een levendige visserij op de Zuiderzee. Ook in Stavoren gaat men zich toeleggen op de visserij. Met staande netten wordt o.a. gevist op haring en ansjovis. Vishandelaren leggen 'zouterijen' aan voor het zouten van de ansjovis. Visserij is in de periode van 1890 tot 1903 een belangrijk middel van bestand voor de Staverse gemeenschap. De jaren die volgen neemt de visserij vanuit Stavoren af, o.a. door de aanleg van de Afsluitdijk.

De visserij wordt toegespitst op snoekbaars waardoor de visserij vanuit Stavoren een opleving krijgt. Rond 1940 blijken de vangsten zo goed, dat er behoefte is aan een visafslag op Stavoren. Tien jaar later gaat de snoekbaarsvissserij achteruit; de vangsten vallen tegen en een aantal vissers stoppen. De jaren die volgen zullen meer vissers al dan niet noodgedwongen stoppen met vissen. Tegenwoordig zijn nog enkele vissers in Stavoren actief in de visserij op het IJsselmeer.